PROGRAMMA’S

Huidige Programma’s

A Song for all Seasons

A Song for all Seasons, instrumentale muziek en liederen uit de Renaissance

Flanders Recorder Quartet, blokfluiten & Cécile Kempenaers, sopraan

De seizoenen, de vier jaargetijden…, al vanaf het begin van onze beschaving hebben mensen nagedacht over die eeuwige wisseling en hebben kunstenaars de ervaring daarvan verbeeld en verklankt. Ongetwijfeld ervaren wij de seizoenen anders dan onze voorouders, minder extreem, met onze prima verwarmde huizen ‘s winters, de koelte van de airco’s zomers en de beschutting die auto’s, bussen en treinen bieden tegen maartse buien en novemberstormen. Voor de renaissancemens lag dat heel anders. De wisseling van de seizoenen had gevolgen voor werkelijk alles, voor het labeur, voor de mogelijkheid tot reizen, voor het voedsel dat per seizoen verschilde, voor de rituelen die bij die verschillende fasen hoorden. De beeldende kunst van Middeleeuwen en Renaissance laat die verschillen in de jaargetijden nog steeds uitvoerig aan ons allen zien in een visuele esthetiek die in die tijd slechts door bevoorrechte enkelingen gedeeld werd.

De fascinatie voor de wisseling van de seizoenen was overigens niet voorbehouden aan de beeldende kunst alleen, want ook in de literatuur en in de muziek zijn de jaargetijden een belangrijk thema. Dit programma biedt daar instrumentale voorbeelden van uit Italië en Vlaanderen, maar ook voorbeelden waarin grootse Engelse renaissancepoëzie deel uitmaakt van een muziekwerk, de zogenoemde ‘consort songs’. Teksten van Shakespeare en Ben Jonson, in zijn tijd beroemder dan de bard van Stratford-upon-Avon, vinden we hier terug in wondermooie zettingen van tijdgenoten.

Italië, Vlaanderen, Engeland, zij leveren de inspiratie voor A Song for All Seasons, een gevarieerd programma met renaissancemuziek voor blokfluiten en sopraan met werk van componisten als Richard Nicholson, William Byrd, Robert Parsons, Pierre de la Rue, Guiseppe Giamberti, John Dowland, Thomas Simpson en anderen.

Bach

J.S. Bach is misschien wel het grootste muzikaal genie dat de Westerse cultuur heeft voortgebracht. Liters inkt zijn aan de grootmeester en zijn muziek gewijd, en de opnamen en concerten van zijn werk zijn overvloedig en verscheiden. Een concert waarop Bachs genie in al zijn veelzijdigheid door een blokfluitensemble wordt vertolkt echter, dat is een absolute primeur. Bewerkingen van expressieve koralen, levendige italianiserende concerti, fantasierijke preludes en fuga’s en een indrukwekkende passacaglia: alles herschreven en bewerkt naar vier blokfluiten.

Our Final Favourites

Final favourites… Favourites van ons publiek, stukken waar we dubbel applaus voor krijgen, maar ook favourites van ons zelf, dat is de bloemlezing van successen in dit concertprogramma. Als preludium opteren we voor Bachs Passacaglia. We kunnen niet vatten dat Bach slechts 25 jaar oud is als hij dit meesterwerk componeert. Op een prachtig ostinaat fantaseert hij legio variaties, elk met een eigen gemoedsstemming, en alsof dat nog niet genoeg is, voegt hij nog een fuga bij dit ostinaatthema. Op het orgel, waar deze compositie origineel voor bedoeld is, klinkt het stuk groots en indrukwekkend, maar het werk is zo sterk gedacht, dat de bezetting van ondergeschikt belang is. Geheel anders dan een orgelversie schetst een blokfluitkwartet intiem en glashelder de verschillende contrapuntische lijnen. We programmeren deze compositie al jarenlang en ontdekken nog steeds nieuwe zaken.

Het volkse karakter, de minder complexe structuur, de opmerkelijke improvisaties, de rustgevende bourdontonen en het suggestieve slagwerk typeren het middeleeuws luik. Elke vertolking nodigt uit tot iets nieuws en op het podium besmetten we elkaar met een musiceervirus, waarbij we risico’s niet schuwen om met het publiek te communiceren. Dit middeleeuws luik fungeert als een prachtige film waarbij je steeds wisselende taferelen ziet: melancholische, opzwepende, triomferende, kleurrijke, verleidende…

Met Ut, re, mi, fa, sol, la van Parsons, een van onze eigen favourites, oogsten we nooit dubbel applaus. Integendeel zelfs, voor sommige melomanen is deze abstracte muziek een zware boterham. Al spelend genieten wij van de geniale architectuur en het boeiende contrapuntisch weefsel. Het consort klinkt er op zijn best: transparant, gelijkwaardig, compact, suggestief. Na een rustig en breekbaar begin ontwikkelt Ut, re mi, fa sol la zich ritmisch zo complex dat het uitmondt in een bijzondere apotheose die je bij zestiende-eeuwse muziek eigenlijk voor onmogelijk houdt.

Met Capriccio en Volta uit Simpsons Taffelconsort beëindigen we graag een concert. We verlaten dan een voor een het podium, terwijl de muziek in het hoofd van het publiek blijft nazinderen. Zo’n frivole en energieke conclusie is een smakelijk dessertje na een heerlijke hoofdmaaltijd.

Bachs bewondering voor Vivaldi is fenomenaal, zo sterk zelfs dat hij vijf van de twaalf concerti uit l’Estro Armonico herwerkt naar andere instrumenten. FRQ gaat nog verder en transcribeert dit concerto naar blokfluiten. De trage delen bij Vivaldi munten uit door hun zangerigheid en eenvoud en staan in sterk contrast met virtuoze, temperamentvolle snelle delen, maar hoe mooi ook, wij opteren eerder voor Bachs versie met zijn gracieuze versieringen, rijker contrapunt en gewaagde akkoorden.

Ooit ontdekten we de Engelse componist Ashton, voor ons compleet onbekend, en dan vinden we bij hem zo’n kunstwerkje met bijzonder rijke, dartelende middenstemmen boven een eenvoudige ground. We vertolken het op kopieën van Virdung-blokfluiten (1511), gebouwd door Adrian Brown. Deze blokfluiten staan in een briljante stemming waarbij a’ 520 Hz is; ook de articulatie van deze instrumenten is buitengewoon: het klikt en spuwt allemaal, wat geruis hier, een ongelijke ploffende toon daar. Die onzuiverheid maakt muziek attractief en levend, recht uit hart, hoofd en handen van de muzikant.

De Italiaan Costanzo Festa houdt van een echte tour de force en gebruikt daarvoor de populaire vijftiende-eeuwse melodie in lange notenwaarden van La Spagna. Dat is de basis voor zijn 125 (!) Contrapuncti en op die cantus firmus creëert hij de meest contrasterende, sfeervolle miniaturen. In een brief aan Filippo Strozzi beschrijft Festa zijn Contrapuncti: “…deze contrapuncti zijn erg geschikt om te leren zingen in contrapunt, te leren componeren en om op allerlei instrumenten te spelen”. Dat klinkt bescheiden, maar zijn Contrapuncti verdienen veel meer dan de titel ‘pedagogische oefeningen’.

In Descendit Angelus Domini van Clemens non Papa stellen we de allergrootste renaissancegrootbasblokfluit voor. Zo’n laagklinkend blokfluitconsort heeft iets magisch, het geeft rust, het vraagt om bezinning. Op elk concert verwondert het publiek zich bij de voorstelling van onze contrabasblokfluiten, nochtans zijn deze instrumenten schering en inslag in de renaissance omdat ze volgens Praetorius “met hun zachte, zoete klank hemels de kamer vullen”. Later in diezelfde 17e eeuw verheugt Samuel Pepys zich over blokfluitklanken: “de blaasmuziek wanneer de engel neerdaalt, die me betoverde door haar lieflijkheid; die, kort gezegd, mijn hele wezen zo overhoop gooide dat ik er ziek van was, zoals ik me vroeger voelde toen ik verliefd was op mijn vrouw”.

Met Matthew Locke opteren we voor pure schoonheid en we zijn niet de enigen. In 1728 wordt Locke bejubeld door Roger North in diens Memoires of Musicke: “Mr. Metthew Lock was de belangrijkste muziekmeester na de dood van Jenkins… totdat hij uiteindelijke de goddelijke Purcell voor moest laten gaan”. Lockes schitterend repertoire wordt weinig uitgevoerd, hoe bijzonder het werk ook is, met zijn bizarre ritmes, gracieuze versieringen en gewaagde harmonieën. Maar niet iedereen is enthousiast: koning Charles II veroordeelt deze stukken omdat hij geen muziek kan verdragen die niet in de maat kan geslagen worden!

De laatste drie Final Favourites zijn echte bisnummers: stukken die moeten sprankelen en de oren vleien en die uit heel andere muziekwerelden mogen komen. De enige voorwaarde is dat ze voldoen aan de opvatting van Christoph Willibald Gluck: Muziek is niet alleen maar een kunst om het gehoor een plezier te doen, maar zij geldt ook als een van de grootste methoden om het hart te ontroeren en gevoelens op te roepen.

The Final Chapter

The Final Chapter, 30 jaar Flanders Recorder Quartet

Jubileum & Afscheid

Met het concertprogramma Final Chapter levert het Flanders Recorder Quartet haar visitekaartje voor een laatste maal af. De traditie wil dat het ensemble elk jubileumjaar een nieuw programma voorstelt dat niet alleen een vurig pleidooi is voor het instrument, maar eveneens de zinnen van de luisteraars – kenners, liefhebbers èn toevallige passanten – streelt en hun harten sneller laat slaan. Meerdere eeuwen passeren de revue, geuren en kleuren vullen mekaar aan of geven aanleiding tot een contrasterend muzikaal bouwwerk. In het concert komen transcripties van orgel- en traversomuziek aan bod. Composities zijn afwisselend oud en nieuw, met twee tot de verbeelding sprekende compositieopdrachten; de onverwachte noot is voor het up-tempo swing repertoire. Final Chapter staat voor één groot blokfluitfeest; een laatste salvo kleurrijke vuurpijlen in de nacht.

Vroegere Programma’s

A feast for four flutes

tba

Banchetto Musicale

Een programma om van te smullen. Een gevarieerd blokfluitrecital met voorgerecht, hoofdgerecht én dessert. Een bont pleidooi voor de blokfluit met muziek van 1100 tot 2008.

…en gedurfd schouwspel van zoute akkoorden, fijngehakte noten en rauw contrapunt & een zelfbereide stoofpot van hits uit de internationale cuisine. Het brengt zelfs de grootste lekkerbek in bekoring…

Circa 1600 - de geboorte van het affect

De geboorte van het affect

De periode rond 1600 is een van de meest intrigerende uit de muziekgeschiedenis. De vocale polyfonie, die Europa al geruime tijd in zijn greep houdt, krijgt concurrentie. In Italië, met Firenze en Venetië als centra, ontstaat een nieuwe manier van denken over muziek. Componisten doelen erop affecten en emoties op te wekken met harmonische diepgang en expressieve intervallen. De muziek moet in staat zijn “di muovere l’affetto dell’animo”. Kortom: de barok is aangebroken. In de muziek van de vroege barok vallen de snelle, plotse overgangen van het ene naar het andere affect op. Pas later evolueert dit naar de weergave van één basisaffect per deel of compositie, waardoor het werk ook zuiver muzikaal een sterke eenheid vertoont. Johann Sebastian Bach vormt het voorbeeld bij uitstek.

Verder ontwikkelt zich een instrumentale stijl die helemaal geëmancipeerd is en los staat van de vocale modellen. Net zoals de vocale muziek vertoont ook het instrumentale repertoire rond 1600 een gevarieerd beeld. Enerzijds worden de renaissancegenres, die in navolging van de vocale muziek aan het contrapunt en de imitatie gebonden blijven, verder doorgetrokken. Anderzijds dringt geleidelijk aan de monodische schrijfwijze door, zodat de eerste zelfstandige werken voor ‘instrumentale soli’ en basso continuo tot stand komen. De vrije vormen staan samen met de improvisatiekunst hoog in aanzien.

Circa 1600 is een programma van Vier op 'n Rij, in samenwerking met luitist en theorbespeler Floris De Rycker. Het omvat werken van William Brade, Jan Pieterszoon Sweelinck, Giovanni Gabrieli, Samuel Scheidt en anderen.

een schoone loffelycke orgele

Felicitazione!

1987-2012: dat betekent vijfentwintig jaar Flanders Recorder Quartet. Dit jubileum gaat gevierd worden met een bijzonder project: het ensemble viert zijn jubileum samen met collega’s in een opmerkelijke combinatie met strijkkwartet en klavecimbel. Anno 2012 is dat misschien wel een ongewone combinatie, maar in de achttiende eeuw bijvoorbeeld was het enorm in de mode. Blokfluiten, strijkers en klavecimbel waren van de partij op publieke concerten, maar ook in particuliere salons tijdens de thee-uurtjes van de vrouwelijke adel of als tafelmuziek in de paleiszalen van Zijne Majesteit.

Het repertoire dat we uitkozen is van topcomponisten van toen en nu. Centraal in het programma staat Johann Sebastian Bach, zowel als hoogtepunt van de contrapuntische traditie als ook als bewonderaar van het werk van Antonio Vivaldi. De apotheose van het werk van Bach is ongetwijfeld zijn laatste compositie Die Kunst der Fuge, die hem toont als groot architect van een muzikale constructie met vier perfect gelijkwaardige stemmen en als een inventief schilder, die met één thema het hele kleurenpalet aansnijdt. U hoort het Flanders Recorder Quartet alternerend met klavecinist en strijkersgroep in enkele delen van dit meesterwerk.
De componist Antonio Vivaldi is onlosmakelijk verbonden met ons instrument, de blokfluit, zeker door zijn wervelende concerti voor blokfluit en strijkers. Zijn werk inspireerde ook Bach. Zo zijn de twee concerti die we brengen oorspronkelijk uitgedacht door Vivaldi en door Bach herschreven, in het ene geval voor strijkers, en in het andere voor vier klavecimbels en orkest. Kwartetlid Joris Van Goethem ging nog een stapje verder: hij bewerkte ze voor vier blokfluiten, orkest en klavecimbel.

Het promoten van de blokfluit in Vlaanderen heeft voor het Flanders Recorder Quartet ook altijd betekend dat er muziek uit eigen tijd gespeeld zou worden, vandaar dat er tot dusver een vijftigtal compositieopdrachten van het kwartet uitgingen naar Vlaamse componisten. Naast die schitterende composities uit vroeger tijd integreert FRQ in het programma een stuk dat heel recent ontstaan is. De prachtmuziek van onze goede vriend en huiscomponist Piet Swerts willen we u beslist laten horen. Piet Swerts geldt als een van de beste hedendaagse toondichters van dit moment, zoals wel bleek uit de enorme belangstelling toen tot twee keer toe zijn composities verkozen werden als opgelegd werk voor het Elisabethconcours. We kozen voor het magistraal minimale Motion voor blokfluitkwartet en klavier als barokvreemde eend in dit feestprogramma.

Isabela la Catolica

Jukebox Sunday

Op welke muziek zit U te wachten?

Vier op ’n Rij stopt u in een stemhokje bij aanvang van het concert; u kiest zelf het programma uit een lijst van de 100 greatest hits van Middeleeuwen tot 2011. Een lust voor het oor en oog met blokfluiten alom van vijftien centimeter klein tot net geen drie meter hoog. U vraagt, wij fluiten!

Bachs indrukwekkende architecturale passacaille als avondvermaak? Of hoort u liever oosterse
improvisaties en filmsoundtracks? Voor Vier op ’n Rij een fluitje van een cent.
U vraagt, wij fluiten!

Lamentationes et contrapuncti

Het internationaal gerenommeerde topensemble Flanders Recorder Quartet Vier op ’n Rij en
het jonge, veelbelovende Encantar, een nieuwe ster aan het muziekfirmament, slaan de
stemmen en fluiten in elkaar! Ze brengen op een eigenzinnige, verrassende en kleurrijke
manier een bloemlezing uit het werk van Constanzo Festa.

The am'rous flute

The Darke is my Delight

In vroeger tijden beschreef men de liefde vaak op een tragische manier, vereenzelvigd met een hartverscheurend lijden. Deze welhaast etherische droefheid werd in Engeland muzikaal verpakt in lang uitgesponnen melodieën en begeleid door hemelse harmonieën. Een belangrijke vertegenwoordiger van deze aangrijpende stijl was William Byrd, de oogappel van koningin Elizabeth I:

O famus man of skill: and judgement greate profound:-
lett heaven and earth ringe out:thy worthye praise to sounde:-
Fare well I saie fare well: fare well and heere I end:-
Fare well melodious birde:fare well sweete musicks frende:-

Elizabeth I heerste van 1558 tot 1603 en de handel en kunsten floreerden als nooit tevoren. De muziek maakte een glorietijd door met componisten als Byrd, Morley en Dowland. Zij streefden ernaar de schoonheid van de “muziek der sferen” te evenaren. Dat de “consort song” daarvoor een ideaal genre was, bewijzen de uitzonderlijk verfijnde werken van dit programma,“The Darke is My Delight”. Vermeldenswaardig zijn de prachtige teksten van grootmeesters als William Shakespeare en Ben Jonson die het geheel een nog diepere gloed geven.
Men vergeleek de klankkleur van de blokfluit vaak met die van de menselijke stem. Net zoals het “Flanders Recorder Quartet”, musiceerde men toen het liefst in een echt blokfluitconsort. Daarin mochten de manshoge grootbasblokfluiten, die diepte en kleur aan het ensemble gaven, niet ontbreken. Hendrik VIII, de vader van Elizabeth, speelde een belangrijke rol in het propageren van deze ensemblemuziek. Uit de inventaris van Henry’s instrumentencollectie weten we dat er onder de 76 blokfluiten zeer exquise exemplaren bij waren. Elizabeth groeide in deze inspirerende omgeving op en droeg de muziek een warm hart toe. We moeten ons bij het beluisteren van dit programma in gedachten verplaatsen naar een prachtig interieur waar we omgeven zijn door satijn, zijde en waardevolle meubels die kunstig vervaardigd zijn uit edele houtsoorten. De zwoele geur van de reebout, die verderop in de keuken klaargemaakt wordt komt ons al tegemoet…..Het "Flanders Recorder Quartet" voert de luisteraar met verwondering terug naar de tijd waarin deze magische klanken, in de rijk versierde zalen van de vorsten en edelen, tot leven kwamen.

The Six Wives of Henry VIII

Henry VIII liet bij zijn dood 111 blokfluiten na. Hij was een verwoed blokfluitenliefhebber die zich dagdagelijks met blokfluitspel liet vermaken. Componist Piet Swerts vond de intriges van Henry’s zes vrouwen zo boeiend dat hij ze muzikaal uitbeeldde in 24 sprankelende scènes. Voeg daarbij muziek van Koning Henry VIII en het acteertalent van Johan Luyckx en je krijgt een programma vol humor en virtuositeit.

Tijdloos

De Historie der Blokfluyt

Dit programma is opgebouwd rond een A3 tijdslijn met historische, muzikale en culturele feiten. De vormgeving van deze tijdslijn, die het standaard programmaboekje vervangt, gebeurde op speelse wijze. ‘Tijdloos’ is op die manier een lust voor het oog en het oor van de luisteraar. Een deel van de tijdslijn – noem het een voorsmaakje – vindt u hieronder terug.
Vier op ’n Rij kent, na vijfentwintig jaar bestaan, het blokfluitrepertoire op zijn duim. U noemt het maar, en wij hebben het naar alle waarschijnlijkheid gespeeld, misschien zelfs op cd gezet. Is alles dan gezegd voor Vier op ’n rij? Nee hoor. Na een kwarteeuw zijn we fitter dan ooit. Het wordt ons almaar duidelijker dat er een grote uitdaging schuilt in het maken van een specifiek programma voor elk publiek en elke zaal. Bovendien blijven we het repertoire afspeuren naar verborgen pareltjes.
Elk seizoen weer maken wij een nieuwe denkoefening: welk thema, welke muziekstukken, welk programma heeft Vier op ’n Rij nodig om een levenslustig vervolg aan zijn bestaan te breien? Het moet de zinnen van alle luisteraars – zowel kenners, liefhebbers, als toevallige passenten – strelen, hun harten sneller doen slaan. Voor een kleurrijk orkest een niet zo moeilijke opdracht, omwille van hun vele instrumenten en timbres; hun explosieve dynamische mogelijkheden en ruime repertoiremogelijkheden. De uitdaging voor een blokfluitkwartet, een intiem en ‘monochroom’ ensemble, is des te groter. In onze Historie der Blokfluyt combineren we topwerken en evergreens die origineel voor de blokfluit geschreven werden met ongekende werken uit alle tijdperken. Het publiek krijgt een origineel uitgewerkte tijdslijn in handen, ter vervanging van het gewone programmaboekje.
De blokfluit is een instrument van alle tijden, wordt er gezegd. Zo vindt je blokfluitmuziek uit de middeleeuwen, renaissance, barok, enzovoort. Rond 1800 echter verdwijnt de blokfluit van het toneel. Pas omstreeks 1920 begint de revival. Anno 2012 heeft het weer een eigen plek veroverd binnen de muziekwereld. De ruwweg honderdvijftig jaar waarin ons instrument verdween spreekt voor Vier op 'n Rij tot de verbeelding. Wat gebeurde er op muzikaal vlak? Kunnen wij de blokfluit achteraf gezien nog een betekenisvolle plaats geven binnen deze periode?

Vier op ’n Rij zet zijn pleidooi voor de blokfluit verder met dit tijdloze programma. Eeuwen worden doorlopen, geuren en kleuren vullen mekaar aan of staan in schril contrast. Divers als vuurwerk verwordt het programma tot één groot feest. Tijdloos: een verhaal in muziek en beeld met componisten als John Dunstable, William Byrd, Johann Sebastian Bach, Antonio Vivaldi, Vittorio Monti en James Monaco.

Venezia

“Venetië! Welk een diepe betovering!” schreef ooit een gepassioneerde Franz Liszt.
Venetië, dat is mysterie, verwondering, tegenstellingen, onverwachte ontdekkingen, surrealisme, feest, schoonheid en la dolce vita. Deze stad zal wellicht ooit ten ondergaan want de waterspiegel van de Adriatische Zee stijgt voortdurend maar zijn goddelijke muziek, gecomponeerd tussen 1500 en 1740, zal altijd blijven bestaan. Muziek van o.a. Ciconia, de Rore, Gabrieli en Vivaldi.

Vlaamse voetsporen in Rome

Vlaamse voetsporen in Rome
te gast in het hospitium San Giuliano die Fiamminghi

De San Giuliano dei Fiamminghi is de nationale kerk van België in Rome. Deze kleine maar fraaie kerk ligt in het hart van de oude stad, tussen de imposante San Andrea della Valle en de Largo Argentina. Van oorsprong is de San Giuliano de kerk van het graafschap Vlaanderen. De geschiedenis ervan gaat tot meer dan duizend jaar terug. Deze kerk fungeerde tegelijk ook als gastenverblijf voor Vlaamse reizigers, handelaars en pelgrims. De eerste historische vermeldingen van een kapel van Sint-Juliaan dateren uit het begin van de veertiende eeuw. Reeds van toen zijn er archiefdocumenten over gastenlogies teruggevonden, en uit 1444 stamt een volledig overgeleverde bundel van statuten en reglementen van een Vlaams gasthuis voor pelgrims. Vanaf 1624 hield men nauwkeurig een pelgrimsregister bij, dat ons een idee geeft van de belangrijke stroom Zuid-Nederlandse bedevaarders naar de eeuwige stad. Van 1624 tot 1790 werd aan 21.213 reizigers, voornamelijk uit Vlaanderen, onderdak verleend.

Flanders Recorder Quartet Vier op ’n Rij is te gast in het Hospitium Flandriae en gaat op zoek naar Fiamminghi die er werkzaam zijn gedurende hun muzikale overheersing van Europa.

Vlaamse voetsporen in Rome: een programma voor blokfluitkwartet en luit met muziek van Guillaume Dufay, Johannes de Stokem, Heinrich Isaac, Josquin Des Prez en Jacobus de Kerle, Philippus de Monte en anderen.

Pedagogische Programma’s

Een stuk hout

Er was eens een ... nee, geen koning, geen prinses, en ook geen kleine zeemeermin. Nee. Er was eens...een stuk hout.
Er was eens een stuk hout, en het bevond zich in een vrij netelige positie: het lag in een rieten mand bij een enorme open haard, samen met nog een stapel andere stukken hout, en de vlammen in de haard laaiden hoog op. Angstig keek het stuk hout om zich heen. De zaal was hoog en ruim, en werd verlicht door wel honderd flakkerende kaarsen. Aan lange, houten tafels zaten tientallen goed geklede dames en heren zich te goed te doen aan gebraden fazanten, hazen, reeën en everzwijnen. Hun vingers en hun lippen dropen van het vet. De wijn vloeide overvloedig, en overal weerklonk gelach en getater en gesmek en gesmak. Ja, de hertog van Firenze wist iets van feesten! Maar het stuk hout had maar weinig belangstelling voor de feestvierders. Het keek vooral naar zijn soortgenoten in de rieten mand, de andere stukken hout, en het telde: ÈÈn, twee, drie, vier... Vier. Nog maar vier stukken hout lagen boven hem! Nog even en... O nee, daar had je het al! De vlammen in de haard werden iets minder hoog, en een bediende stapte op de mand toe, pakte het bovenste stuk hout en gooide het in de vlammen. Woef! deed het vuur, en gretig likten de vlammen aan het arme stuk hout, dat een paar seconden later al wit en rood opgloeide.
'Wee mij!' dacht het stuk hout. 'Nog drie keer en het is mijn beurt! Wie had ooit gedacht dat ik hier zo ellendig zou moeten sterven, stomweg verbrand in een stom haardvuur! Na alles wat ik al heb meegemaakt!...'
En het stuk hout dacht met weemoed aan zijn geboorteplaats, ergens in de beboste heuvels rond de Olympusberg, in het oude Griekenland, waar de oude goden woonden...


Zo begint het toneelstuk “Er was eens een stuk hout..”. Het is toegesneden op een publiek van kinderen tussen 6 en 12 jaar en hun ouders. Het verhaal gaat over de belevenissen van een betoverd stuk hout. De acteur Johan Luyckx is een begenadigd verteller. Het lukt hem om zowel vertellend als spelend het publiek een uur lang in ademloze spanning te houden. Het virtuoze “Flanders Recorder Quartet-Vier op ’n Rij” zorgt voor een indrukwekkende muzikale begeleiding, niet alleen op hun uitgebreide arsenaal aan fluiten…..Het répertoire omvat werken uit de Renaissance en Barok met uitstapjes naar de 20ste eeuw.

Malus

Multiculti

AGENDA

Mechelen, België

26 augustus 2017

Berlare, België

10 september 2017

frq

SHOP

5 [five]

5 [five], released 17 juni 2017

Encore!

Encore!, released 12 oktober 2012

frq

NIEUWS

22 juni 2017

Nieuwe cd!